Alles over uw gehoor

Uw gehoor van a tot z

Wie te maken krijgt met gehoorverlies en zich verdiept in de oplossingen, stuit vaak op allerlei onbekende vaktermen. Niet alleen op het gebied van hoortoestellen (want wat zijn AHO- of CIC-hoortoestellen?). Maar ook van het oor zelf (wat is eigenlijk het trommelvlies en wat zijn precies decibellen?).
Daarom geven u een handig trefwoordenregister, met een kort en bondige uitleg van de belangrijkste begrippen.

Anamnese. De ziektegeschiedenis van een patiënt. De anamnese geeft de audicien (of dokter) een goed inzicht in de algehele gezondheidstoestand en eventuele aandoeningen die in de familie voorkomen.

Audicien. Een audicien is gespecialiseerd in onderzoek naar gehoorverlies en het aanmeten van een passend hoortoestel. Een triage Plussaudicien heeft nog aanvullende opleidingen gedaan op het gebied van audiometrie en otoscopie en kan daardoor bepaalde ziektebeelden of andere bijzonderheden herkennen en beoordelen.

Audioloog. Specialist die zeer nauwkeurige hoortests kan uitvoeren en specifiek advies kan geven over de benodigde hoortoestellen. Een audioloog is meestal werkzaam in een Audiologisch Centrum en wordt onder meer geraadpleegd bij ingewikkeld gehoorverlies of moeilijke hooromstandigheden (bijvoorbeeld werken in lawaai).

Audiometrie. Testen van het gehoor.

Beengeleiding. Waarnemen van geluid via het schedelbot, zonder trommelvlies of gehoorbeentjes. Dit in tegenstelling tot luchtgeleiding, waarbij het geluid wordt overgebracht door de lucht (zie luchtgeleiding).

Binnenoor. De vorm van het binnenoor lijkt op een slakkenhuis (cochlea) en bestaat uit een aantal met vocht gevulde holten en buizen. Hierin bevinden zich ongeveer 20.000 microscopische kleine haarcellen die geluidstrillingen omzetten in zenuwimpulsen: elektrische stroompjes. Via de gehoorzenuwen gaan deze impulsen naar de hersenen en daar pas nemen we geluid waar. Na blootstelling aan overmatig lawaai hebben haarcellen rust nodig om te herstellen. Gebeurt dat niet dan sterven ze af. Er worden geen nieuwe haarcellen aangemaakt. En dat leidt onherroepelijk tot gehoorverlies.

Buis van Eustachius. Verbinding tussen de holte achter het trommelvlies en de neus-keelholte. Dit voorkomt drukverschillen tussen de trommelholte en de buitenlucht.

Decibel (dB). Eenheid voor de intensiteit van geluiden (‘luidheid’). De mate van gehoorverlies wordt uitgedrukt in decibel. Bij lichte slechthorendheid is er een verlies van minder dan 30-35 dB. Een gehoorverlies van 35 – 60 dB treedt op bij matige slechthorendheid en 60 dB tot 90 dB bij ernstige slechthorendheid. Daarboven is sprake van doofheid.

Evenwichtsorgaan. Dit orgaan, gelegen in het binnenoor, maakt oriëntatie in een ruimte mogelijk en stelt ons in staat rechtop te kunnen blijven staan.

Frequentie. Naast de intensiteit van geluiden (‘luidheid’) is ook de toonhoogte of frequentie van belang voor het goed kunnen horen. Sommige mensen kunnen alleen lage of middentonen goed horen en hebben moeite met hoge tonen. Of omgekeerd. En heel vaak komt een combinatie hiervan voor. De frequentie wordt uitgedrukt in Hertz (Hz) of kiloHerz (kHz). Hoe hoger het aantal Hz, hoe hoger de toon.

Gehoorbeentjes. Drie beweegbare botjes, naar de vorm aangeduid als de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel. Ze bevinden zich in een holte achter het trommelvlies. De gehoorbeentjes werken als een soort hefboom die de trilling van het trommelvlies versterken en doorgeven aan het binnenoor.

Hertz. Zie frequentie.

Hoortoestellen. Zorgen voor versterking van geluid. Te onderscheiden zijn een microfoon die het geluid opvangt, een versterker en een luidspreker die het geluid doorgeeft. Er zijn diverse typen hoortoestellen: AHO (achter het oor gedragen), IHO (in het oor of de gehoorgang), CIC (completely in canal, gedragen in de gehoorgang), DIC (deep in canal, diep in de gehoorgang gedragen, vlak voor het trommelvlies).

KNO-arts. Medisch specialist die aandoeningen aan keel, neus en oren behandelt.

Luchtgeleiding. Overdracht van geluid via de lucht. Geluidsgolven brengen het trommelvlies in trilling en worden via de gehoorbeentjes naar het binnenoor geleid.

Middenoor. Holle ruimte achter het trommelvlies, Hier bevinden zich de gehoorbeentjes die geluidstrillingen va het trommelvlies versterken en doorgeven aan het binnenoor.

Oorschelp. Ons oor bestaat voornamelijk uit sterk, buigzaam kraakbeen. De schelpvorm vangt geluidstrillingen op. Via de gehoorgang gaat het geluid naar het trommelvlies.

Oorsmeer of oorwas. Geproduceerd door kliertjes in de gehoorgang. Het beschermt tegen vocht, voorkomt uitdroging en vangt vuil en kleine insecten op. Verwijder oorsmeer nooit met een scherp voorwerp, zoals een balpen, haarspeld, lucifer of paperclip. Het beste is een wattenstokje. Te veel oorsmeer kan de werking van een hoortoestel belemmeren. Laat oorsmeer bij voorkeur  verwijderen door uw huisarts of KNO-arts..

Otoscopie. Inspectie van het uitwendige oor (gehoorgang en trommelvlies).

Plusaudicien. Zie triage audicien.

Spraakaudiometrie. Testen en meten van de spraakverstaanbaarheid, al dan niet in combinatie met achtergrondgeluiden.

StAr: Stichting Audicienregister. Hét keurmerk van de hoorbranche. StAr houdt een register bij van gediplomeerde audiciens, controleert of zijn hun bij- en nascholingsverplichtingen nakomen en of de dienstverlening voldoet aan StAr-kwaliteitsnormen.

Triage of Plusaudicien. Deze audicien heeft aanvullende opleidingen doorlopen op het gebied van audiometrie en otoscopie en kan daardoor bepaalde ziektebeelden of andere bijzonderheden herkennen en beoordelen.

Trommelvlies. Dun weefsel aan het eind van de gehoorgang in de oorschelp. Geluidsgolven brengen het trommelvlies in trilling.

Visual Speech Mapping (VSM): Een geavanceerd meetinstrument waarmee de audicien kan bepalen of de afstelling van uw hoortoestel optimaal is.

Geïnteresseerd? Kom snel langs in onze sfeervolle Gehoorwinkel in Nijkerk. Of neem contact op via info@gehoorwinkel.nl of bel 033 245 94 90.